Tap on my dancing shoes

Zou ik ze nog hebben?, vraag ik me af wanneer de vlizotrap omlaag dendert. Voorzichtig loop ik de trap op, pak ik de eerste tas die ik zie staan en ja hoor, van alles vis ik eruit: balletpakjes, kniebeschermers en twee zwarte vodjes – mijn dansschoentjes.
Jarenlang schoof ik ze drie keer per week aan mijn voeten en dat is te zien, het leer is versleten en de gaten zitten erin. Toch denk ik dat ik er, na dertien jaar(!), nog prima een pirouette op kan draaien. De zolen en de veters zijn intact.

Ik stopte met klassiek-, modern- en jazzballet, toen ik zeventien jaar oud was; een puber. Een puber die moest dansen tijdens het stadsfeest. Buiten op het grote podium, gekleed in een crop top, netpanty en hotpants. Verschrikkelijk vond ik dat. Vooral toen ik uit mijn ooghoeken mijn vrienden en vriendje zag, die heel lief kwamen kijken. 
Schamen. Dus ik stopte ermee, al vond ik dansen tussen vier muren of voor onbekend publiek wel erg leuk.

Minder leuk vind ik de sportschool. Sterker nog, ik haat de sportschool. Dus toen ik een paar weken geleden nadacht over enige vorm van beweging, kwam ik toch weer uit bij dansen. En wel rock-’n-roll dansen.
YES! Back to 1950-60. 

Perfecte timing, want er start een beginnerscursus bij Dansinstituut Wensink in Arnhem. Ik schrijf me in voor een proefles. Met wie ik kom? Alleen. Gelukkig is dat een keuze-optie. Mmh, denk ik. Maar hoe gaat dat dan? Word ik dan daar gekoppeld? Moet ik zelf op zoek gaan naar een partner? Nee, wie wil dat nou. Ik zou het op Facebook kunnen plaatsen onder het mom #DTV, maar het hele probleem is: dat durf ik helemaal niet!

Wat ik aanmoet, mail ik Wensink. Laagjes en gladde zolen. Vandaar dat ik die schoentjes maar van de zolder haal. Ter voorbereiding bekijk ik ook nog een paar filmpjes, waarvan ik schrik. Dit is veel te moeilijk! Hele snelle pasjes en maar gooien met die vrouwen. Wat heb ik mezelf nou weer op de hals gehaald? ‘Rustig meisje’, kalmeert moeders mij en benadrukt dat het gaat om een beginnerscursus en dat we nu kijken naar de wereldtop. 
Oja.

Dus ik kom, trots met mijn oude dansschoentjes in mijn tas, aan bij het prachtige negentiende eeuwse pand, waar al anderhalve eeuw lang gestijldanst wordt. Dubbele nostalgie.
“Rock-’n-roll is schuren en beesten”, zegt Wensink later terwijl hij de muziek opzet: Eddie Cochran – Summertime Blues.
Ahhh.. thuiskomen. 

We doen hem na. Tappen. Tap tap, tap tap, tap tap, tap tap. Niks schuren en beesten: tappen zul je. Rechts-rechts, links-links. En daar komt later één pasje naar achter bij. Je mag er ook bij klappen. Hoewel ik effe met mijn heupen wil schudden wat uit den boze is, ‘want dan wordt het salsa’, begin ik het tappen toch steeds leuker te vinden. Het spiegelbeeld oogt zó kneuterig: het beesten anno jaren vijftig, totdat Elvis er een pittig sausje overheen goot.

We mogen het tapdansen met een partner uitproberen en voor ik het weet staat iedereen tegenover elkaar. Ik grijp – natuurlijk weer – met mijn handen in de lucht en oefen maar met mijn onzichtbare John Travolta. Totdat Wensink ze vastpakt. “Er hadden zich wat solomannen opgegeven, maar die hebben zich afgemeld vanwege de regen”, vertelt hij, terwijl we samen rock-‘n-roll dansen (als je het al zo mag noemen). En vervolgens: “Nou, daar wil je je toch ook niet eens door laten leiden!” Nou, inderdaad. Sukkels.

Welkom terug in 20-fucking-19.

2 thoughts on “Tap on my dancing shoes

  1. Hier ook nog steeds niets leukers gevonden dan dansen (en ben al ruim 20 jaar gestopt met ballet).
    Rock ’n roll lijkt me heel gaaf!
    Al wil ik stiekem ook heel graag buikdansen, buik genoeg na al die jaren niet sporten en wel eten.
    Xx

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.