Woodstocker

Ik sluit mijn ogen en dan pas dringt het echt tot me door. Ik wilde hier zo graag zijn en nu ben ik er. Ik ben er écht.
Natte ogen. 

Zes uur eerder reed ik vanuit het plaatsje Woodstock richting Bethel om de plek te zien waar het legendarische festival Woodstock Music & Art Fair plaatsvond in 1969.

Net voordat ik er volgens Maps bijna ben zie ik vanuit mijn huurauto langs de weg een Amerikaanse vlag en een bord boven het struikgewas uitsteken. Op de rem en in z’n achteruit: wat is het, is dit het al?, vraagt mijn innerlijke aagje zich af en nadat ik de auto heb geparkeerd snel ik er naartoe.

Het is een monument met daarachter veel groen wat in eerste instantie aandoet als een ‘gewoon’ weiland, maar in de verte schittert een groot peace-teken in het gras. Daarachter zie ik het bijbehorende museum. Dit is het.
Wauw.

Toch verplaatst mijn aandacht zich al gauw naar de twee heren die heel relaxt op één van de omringende bankjes zitten; draagbare radio erbij. Eén van hen is artiest Michael Randels die sinds 2002 jaarlijks het monument renoveert, de ander is Duke: een grijs bebaarde vent met een groot lijf vol tatoeages. Ook een Woodstock tattoo ontbreekt niet. Is-ie erbij geweest destijds? He sure is! Hij ziet hoe mijn ogen beginnen te twinkelen en vraagt zijn maat in knauwend Amerikaans of hij even de foto uit de auto wil halen. ‘Ey Mikey, get the picture from the car, will you?’ 

Het is een groot karton met daarop een luchtfoto van de mensenmassa tijdens het Woodstock festival: ik ken de plaat maar al te goed. ‘Daar stonden de artiesten op het podium en daar zat de backstage’ vertelt hij, terwijl-ie voor zich uitwijst. Duke brengt het nu zo lege veld weer tot leven.

Wat ik niet had verwacht, maar wel had gehoopt komt uit. Je mag er gewoon op! Helemaal alleen loop ik een grote ronde over de lege weide terwijl handen en voeten beginnen te jeuken om een radslag te maken. Dat heb ik nou altijd wanneer ik een grasmat zie. En dit is voor mij ook nog eens een heel bijzondere. Duke legt deze wellicht vreemde traditie die ik deel met mijn zusje vast, without a judgement. 

Het schept een band en ik hoor zijn levensverhaal aan. In ’69 kwam-ie helemaal vanuit de staat Texas naar New York om drie dagen te feesten. Dat werd een enkeltje omdat Duke, die destijds geen cent te makken had, bleef hangen om wat bij te beunen. Al gauw werd hij verliefd, zowel op een vrouw als op het dorp.
Duke keerde nooit meer terug naar Texas.
Al jaren werkt hij als Site Interpreter voor het museum Bethel Woods, dat ook allerlei festivals organiseert – zo halen ze ook ons Nederlandse Misteryland naar die plek.

Hoewel ik nog uren kan kletsen met deze oude Grote Vriendelijke Hippiereus, moét ik afscheid nemen – ik wil het museum nog in. Duke geeft me zijn visitekaartje en een big American hug.
Maar nog geen uur later tref ik diezelfde robuuste geleefde kop weer. Ditmaal op een van de beeldschermen in het museum.
Opnieuw hoor ik zijn persoonlijke verhaal aan, met dat heerlijke Texaanse accent. Duke is hier the man, ik had het niet beter kunnen treffen. Dat mail ik hem dan ook later, waarop mijn nieuwe penvriend antwoordt dat ik een Woodstocker for real ben.

Waar komt dat eigenlijk vandaan?
Goeie vraag, al zeg ik het zelf. Woodstock en ik, we lijken wel een dipool: de plek trok mij als een magneet naar zich toe. Al was ik er toen niet eens bij. Sterker nog, ik werd pas twintig jaar later geboren.. aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. 

Het is een verlangen I guess. Het publiek stond niet via telefoonschermpjes naar een Janis en Jimi te kijken en te luisteren, die met stem en gitaar elke noot raakten, (en hoe!).. maar hand-in-hand, arm-om-schouder, of met twee vingers in de lucht: Peace!
Het zijn de (latere) sixties; de muziek uit die tijd, de kleding, de volkswagenbus T1 en die idealistische gedachte Peace, Love and Happines. Vanwege bloederige tijden werd dat namelijk de slogan van het festival – iedereen was lief voor elkaar.

People loved it. Maar er waren ook veel haters in die tijd die er iets over meekregen. Die vonden het hele tafereel maar verschrikkelijk: een half miljoen aan stinkend met modder doordrenkt hippie-publiek dat op het weiland van melkveehouder Max Yasgur, al dan niet nakend, massaal LSD gebruikt en elkaar betast.
Klopt helemaal.
En dan nog zit ik in kamp lovers. Júist ook omdat die gekke hippies er een feestje van maakten toen het begon te stortregenen: lekker met de blote kont door de modder sjezen: why not?
Het doet me een beetje denken aan de Zwarte Cross – een festival waar ik niet voor niets ook al sinds m’n dertiende jaarlijks naar terugkeer. 

Bij de ingang van het museum zit een oude man – a volunteer – waarvan je weet: die was er net als Duke destijds ook bij. ‘Ohh, my ticket’, zeg ik terwijl ik me afvraag waar ik ’t ding heb gelaten. Als ik begin te grabbelen in mijn rugzak staat de deur al voor me open: ‘Come in dear, at Woodstock we pay no attention to tickets.’
Ik vind het fantastisch.
Organisatorisch was Woodstock namelijk nattevingerwerk. Zo moest het hekwerk deels nog geplaatst worden toen er hordes mensen het terrein oprenden – zonder entree te betalen. 

Chaos!
Toch is er niemand doodgedrukt, uitgedroogd of verhongerd. Misschien dat er daarom in het museum niet veel aandacht wordt besteed aan de twee mensen die dat festivalweekend wél zijn overleden. Eén vanwege een overdosis en de ander omdat-ie in z’n slaap werd overreden door een tractor. Ai, erg pijnlijk, letterlijk en figuurlijk.. dat zoiets dan net moet gebeuren terwijl er zoveel andere dingen hadden kunnen gebeuren.
Zo was er dus een zwaar tekort aan eten en drinken. Niet alleen voor de ruim 400 duizend man op het festivalterrein zelf, óók voor de duizenden daarbuiten die vastzaten in één van de ellenlange files richting dat kleine dorpje Bethel.
Eén dorpsbewoonster kocht bij een boer zijn complete gewas op zodat ze voorbijkomende festivalgangers van voedsel kon voorzien.
Het is één van de redenen waardoor Woodstock de boeken inging als veel meer dan een muziekfestival alleen.

Als elk woord, object en beeld tot me zijn doorgedrongen in het flowerpower museum, wil ik heel graag nog één keer terug naar Yasgur’s famous farm.

Volgens de baliedame is dat niet mogelijk. ‘The gate is closed ma’am’.
Toch loop ik die kant op – geloof er niks van. Onderweg tref ik een mega grote John Deere machine die in alle perfectie het gras maait. ’t Is een mooi gezicht. Nog mooier: het hek staat wagenwijd open. Ik prijs mijn eigenwijsheid, als ik ditmaal van bovenaf over het weiland kijk. De zon schijnt nog volop en er is nog steeds helemaal niemand – zelfs Duke is inmiddels vertrokken. 

Ik besluit ergens in het grasveld te gaan liggen, dat een totale oppervlakte heeft van 240 hectare. Behalve het gefluit van vogeltjes, hoor ik helemaal niets. Het contrast met het weekend van 15, 16, 17 én 18 augustus (het liep een beetje uit) 1969 kan niet groter. Zelfde plek, compleet andere setting, compleet andere tijd. 

Als het besef tot me doordringt dat ik er eindelijk écht ben, pink ik een traantje weg van geluk.
Dit is dus hoe thuiskomen voelt.

In tijden voelde ik me niet zó op mijn gemak en dat was, naast het maken van een radslag, waar ik zo op hoopte: rust vinden aldaar. Ik raak ervan in een soort roes. En dat zónder drugs, weer een verschil met ‘toen’.
Wel oppassen dat ik niet in slaap val, want straks rijdt John Deere pardoes over mij heen – dat zou dan wel een gelijkenis zijn met ‘toen’, maar nèt de verkeerde.
En terwijl mijn gedachten afdwalen naar de geel-groene grasmaaier besef ik me ineens waarom ik hier mijn eigen feestje vier.

Nergens ter wereld is het gras groener dan hier.

16 thoughts on “Woodstocker

  1. W.A.U.W!!
    In zoveel opzichten!!
    Een reis in je eentje, een droom najagen, een groot avontuur en een zo mooi geschreven stuk! Heel erg: WAUW!

  2. Lieve Kelly, bedankt voor het meenemen terug in de tijd….gewéldig verhaal, maar nog veel mooier vind ik dat je je rust hebt gevonden, lieverd!! Geniet nog lekker 😘😍❤
    Liefs en dikke knuffel

    1. Dank Sjaak!
      En grappig dat jij die vergelijking ook ziet! De Achterhoekse, moderne en zeer georganiseerde variant;)

  3. Hé Kelly, wat ’n prachtig artikel over Woodstock. Ik begon al ’n beetje aan te voelen dat je onvermijdelijk ’n parallel zou trekken met de Zwarte Cross. Dat voelde ik al aankomen. Woodstock was toendertijd ook een fantastisch evenement ik dacht dat ik het toen helemaal gevolgd heb op TV zelf nog in zwart/wit meen ik. Wat moet het voor jou ’n enorm indrukwekkend gevoel zijn geweest om op diezelfde plek te kunnen rondlopen. En dan ook nog alle info krijgen van ’n “bebaarde” man die hetzelf heeft meegemaakt. Beter had je het toch niet kunnen treffen. Nou Kelly de groetjes van deze “bebaarde” man die je misschien wel tegenkomt op de Zwart Cross. Grs John Toebes

    1. Hi John,

      Bedankt.
      Dat vind ik dan weer tof, dat je het toentertijd hebt gezien op de zwart-wit televisie! De documentaire is ook geweldig! Wie weet tot dan, ik ben er alle dagen.

      Groetjes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.